Klokkijken leren in 8 stappen
Klokkijken leer je het best in kleine stappen, waarbij elke stap voortbouwt op de vorige. Hieronder zie je per stap wat je leert, met een voorbeeldklok. Probeer de klok hier meteen: sleep de wijzers.
- 8 stappen
- Groep 3 tot en met 6
- Gratis, zonder account
-
1 Hele uren
Bij een heel uur staat de grote wijzer recht omhoog op de 12. Je kijkt dan alleen naar de kleine wijzer: waar die naar wijst, zoveel uur is het.
Voorbeeld: 3:00 = drie uur · Groep 3
Oefen stap 1 ☆☆☆ -
2 Half
Bij half staat de grote wijzer onderaan op de 6. In het Nederlands zeg je bij half altijd het uur dat er aankomt: half vier is 3:30.
Voorbeeld: 3:30 = half vier · Groep 3 en 4
Oefen stap 2 ☆☆☆ -
3 Kwart over en kwart voor
Een uur is vier kwartier van 15 minuten. Staat de grote wijzer op de 3, dan is het kwart over. Staat hij op de 9, dan is het kwart voor.
Voorbeeld: 3:45 = kwart voor vier · Groep 4
Oefen stap 3 ☆☆☆ -
4 Vijf minuten
Elk getal op de klok is vijf minuten verder. Rond half tel je vanaf half: tien voor half vier, vijf over half vier.
Voorbeeld: 3:25 = vijf voor half vier · Groep 4 en 5
Oefen stap 4 ☆☆☆ -
5 Op de minuut
Tussen twee getallen zitten vijf kleine streepjes: elk streepje is één minuut. Tel vanaf het dichtstbijzijnde ijkpunt: heel, half of kwart.
Voorbeeld: 3:17 = dertien minuten voor half vier · Groep 5
Oefen stap 5 ☆☆☆ -
6 Digitaal
Een digitale klok laat de tijd in cijfers zien. Links van de dubbele punt staat het uur, rechts de minuten. Je leest het getal, maar je zegt de tijd in woorden.
Voorbeeld: 9:40 = tien over half tien · Groep 5
Oefen stap 6 ☆☆☆ -
7 24-uursklok
Een dag heeft 24 uur. De 24-uursklok telt na twaalf uur 's middags gewoon door: 13, 14, 15. Zo weet je altijd of het ochtend of middag is.
Voorbeeld: 15:30 = half vier 's middags · Groep 5 en 6
Oefen stap 7 ☆☆☆ -
8 Klokrekenen
Bij klokrekenen tel je tijd op of af. Het grote verschil met gewoon rekenen: een uur heeft 60 minuten, niet 100.
Voorbeeld: 2:15 = kwart over twee, en 40 minuten later is het vijf voor drie · Groep 5 en 6
Oefen stap 8 ☆☆☆
Waarom deze volgorde?
Elke stap voegt één nieuw idee toe. Bij hele uren leer je dat de kleine wijzer het uur aanwijst. Bij half leer je dat het Nederlands vooruit kijkt naar het volgende uur. Kwart over en kwart voor geven de vier vaste plekken van de grote wijzer. Daarna tel je in stappen van vijf en uiteindelijk per minuut, steeds vanaf het dichtstbijzijnde vaste punt.
Pas als de wijzerklok goed gaat, komt de digitale klok. Een digitale tijd aflezen is makkelijk, maar hem omzetten naar woorden lukt alleen als je de wijzerklok begrijpt. De 24-uursklok en klokrekenen sluiten de leerlijn af.
Meer achtergrond lees je in de gids klokkijken leren: de volgorde die werkt.
Zo oefen je per stap
- Verkennen: sleep de wijzers en kijk hoe de tijd in woorden verandert.
- Aflezen: kies uit vier antwoorden welke tijd de klok aanwijst.
- Wijzers zetten: zet de klok zelf op de tijd die je hoort.
- Typen: schrijf de tijd zelf op, in woorden of als 3:25.
- Tijdrace: zoveel mogelijk goed in 60 seconden.
Haal je 10 van de 10 op Normaal of Moeilijk, dan krijg je drie sterren. Met alle stappen op drie sterren heb je je klokbrevet: dat zie je op mijn voortgang.
Veelgestelde vragen
In welke volgorde leer je klokkijken?
Hele uren, half, kwart over en kwart voor, per vijf minuten, op de minuut, digitaal, de 24-uursklok en ten slotte rekenen met tijd. Elke stap bouwt voort op de vorige.
Hoe lang duurt het om klokkijken te leren?
Dat verschilt per kind. Op veel scholen loopt het van groep 3 tot en met groep 5 of 6. Kort en vaak oefenen werkt beter dan af en toe lang.
Wat is het moeilijkste aan klokkijken?
Voor de meeste kinderen de tijden rond half: tien voor half vier en vijf over half vier. Daar noem je het volgende uur, terwijl de kleine wijzer nog bij het vorige getal staat.
Moet ik een account maken?
Nee. Je voortgang en sterren worden alleen in de browser van je eigen apparaat bewaard.