Klokkijken leren gaat het best als je het in kleine stappen opdeelt. Veel ouders beginnen met "hoe laat is het?" op een willekeurig moment, en dan blijkt een kind van zeven al snel te struikelen over half vier, kwart voor of de minuten tussen twee cijfers. Met een vaste volgorde voorkom je dat. Elke stap bouwt op de vorige, en je gaat pas door als de huidige stap soepel loopt.
Op klokkijkenoefenen.nl is die volgorde uitgewerkt in acht stappen. Hieronder lees je waarom ze in deze volgorde staan en hoe je er thuis of in de klas mee werkt. Een overzicht van de hele route vind je op de pagina over klokkijken leren.
Eerst begrijpen hoe de klok is opgebouwd
Voordat een kind tijd kan aflezen, moet het snappen wat de twee wijzers doen. Volgens het Wikipedia-artikel over de wijzerplaat maakt de uurwijzer in 12 uur één rondje, en de minuutwijzer één rondje per uur. De uurwijzer is korter, de minuutwijzer langer. Laat een kind dat eerst zelf ontdekken: sleep de wijzers op onze klok en kijk wat de korte wijzer doet als de lange een heel rondje maakt. Bij de oefenvorm Verkennen draait de uurwijzer realistisch mee, zodat dit verband zichtbaar wordt.
Een tweede voorkennis: een uur heeft 60 minuten, en de cijfers op de klok staan voor vijf minuten per stap. Dat laatste is voor veel kinderen een verrassing. Het cijfer 3 betekent dus niet "drie minuten" maar "vijftien minuten".
De acht stappen
- Hele uren. De lange wijzer staat op de 12, de korte wijst het uur aan. Oefen op hele uren tot een kind zonder nadenken "drie uur" zegt bij 3:00.
- Half. De lange wijzer staat op de 6. Hier komt de eerste echte struikelsteen, want half vier is 3:30. Meer daarover in de gids over half vier. Oefenen kan op de half-pagina.
- Kwart over en kwart voor. De wijzer op de 3 of de 9. Lees het na in kwart over en kwart voor uitgelegd.
- Vijf minuten. Nu telt het kind in sprongen van vijf: vijf over drie, tien over drie, vijf voor vier. Daarna volgen de lastige tijden rond half, zoals tien voor half vier (3:20) en vijf over half vier (3:35).
- Op de minuut. Tussen de cijfers staan streepjes. Een kind telt vanaf het dichtstbijzijnde cijfer door, bijvoorbeeld 3:03 is "drie minuten over drie".
- Digitaal. Dezelfde tijden, nu als getallen (digitale klokken tonen alleen cijfers, zie het artikel over de klok (tijd) op Wikipedia). Dit is waar veel kinderen sneller in zijn dan ouders denken, omdat ze het dagelijks zien.
- 24-uursklok. 15:30 is half vier 's middags. Zie de gids over de 24-uursklok.
- Klokrekenen. Hoe laat is het over een half uur? Hoe lang duurt een les? Dit is rekenen met tijd, en dat gaat niet met 100 maar met 60.
Alle stappen vind je terug in de leerlijn. Per stap zijn er meerdere oefenvormen: Verkennen (wijzers slepen), Aflezen (kiezen uit 4), Aflezen (typen), Wijzers zetten, Analoog-digitaal koppelen, 24-uurs, Klokrekenen en een Tijdrace van 60 seconden.
Welke stap hoort bij welke groep?
Scholen bepalen zelf hoe ze het onderwerp over de jaren verdelen, dus een vaste regel is er niet. Op veel scholen beginnen kinderen in groep 3 met hele en halve uren, wordt het in groep 4 uitgebreid naar kwartieren en vijf minuten, en komen de minuten en digitale tijd daarna aan bod. Op de pagina's klokkijken in groep 3, groep 4 en groep 5 staat per groep wat een kind kan oefenen. Wil je weten welke doelen er landelijk gelden voor rekenen en wiskunde, kijk dan op de rekenen-wiskundepagina van SLO, het expertisecentrum voor leerplanontwikkeling. Houd er rekening mee dat de leerlijn van je eigen school leidend is.
Zo oefen je: kort, vaak en op het goede niveau
Tien minuten per dag werkt beter dan een uur op zondag. Kies per sessie één stap en één oefenvorm. De drie niveaus helpen daarbij: bij makkelijk staan er hulpcijfers voor de minuten, bij normaal niet meer zoveel hulp, en bij moeilijk zijn er helemaal geen cijfers. Begin op makkelijk, ga naar normaal als zeven van de tien antwoorden goed zijn, en pas dan naar moeilijk.
Een paar praktische tips:
- Laat het kind de tijd hardop zeggen voordat het antwoord kiest. Zo hoor je meteen waar het misgaat.
- Raak niet in paniek bij half. Dat is voor bijna elk kind de lastigste stap, ook al weet je zelf al jaren hoe het zit.
- Gebruik de uitdaging van vandaag op de dagelijkse pagina als vast ritueel, bijvoorbeeld na het eten.
- Print een werkblad met antwoordblad als je liever op papier oefent.
Wanneer ga je door naar de volgende stap?
Ga door als een kind de huidige stap kan zonder lang na te denken, en niet alleen als het "bijna altijd goed" heeft. Een goede toets: laat het in een Tijdrace van 60 seconden zoveel mogelijk tijden aflezen. Gaat dat vlot en zonder gokken, dan zit de stap erin. Loopt het vast, ga dan een stap terug in plaats van harder oefenen op dezelfde plek. Je kunt ook een eigen toets maken via de toetsgenerator en die als link delen.
Voortgang blijft op het apparaat staan, er is geen account nodig. Dat betekent dat je op dezelfde tablet of telefoon verder kunt waar je gebleven was.
Veelgestelde vragen
Moet mijn kind eerst analoog of digitaal leren?
De leerlijn hier begint analoog, omdat de wijzerplaat laat zien hoe een uur is opgebouwd. Digitaal komt als zesde stap, wanneer het kind de analoge tijden al kent. Meer daarover lees je in de gids over analoog of digitaal.
Hoe lang duurt het voordat mijn kind kan klokkijken?
Dat verschilt per kind. Vaak gaat het over meerdere maanden tot jaren, omdat de stappen ver uit elkaar liggen. Haast heeft weinig zin; liever kort en regelmatig oefenen.
Mijn kind raakt in de war bij half. Wat nu?
Ga terug naar hele uren en laat het kind de lange wijzer van de 12 naar de 6 slepen. Benoem daarbij dat half vier 3:30 is, dus een half uur voor vier. Oefen daarna alleen halve uren tot het soepel gaat.
Is de klok op school anders dan hier?
Meestal niet. Het spreken van de tijd kan wel per gezin of regio iets verschillen. Op deze site is half vier altijd 3:30, zoals het in het Nederlands hoort.
Moet ik een account maken?
Nee. Alles is gratis en zonder account, en de voortgang wordt op je eigen apparaat bewaard.