Kwart over en kwart voor zijn de tijden waar kinderen na de hele en halve uren mee verder gaan. Ze lijken makkelijk: de lange wijzer staat op de 3 of op de 9, en een kwart is een bekend woord. Toch maken veel kinderen hier fouten, vooral omdat "kwart" een breuk is en de cijfers op de klok minuten verbergen. In deze gids leg je het stap voor stap uit, met voorbeelden die je thuis of in de klas kunt gebruiken.
Wat is een kwart?
Een kwart is een vierde deel. Een uur heeft 60 minuten, dus een kwartier is 15 minuten. Op de klok is dat een kwart van het rondje van de minuutwijzer. Heeft je kind al ervaring met breuken, dan sluit dat mooi aan. Zo niet (op een analoge klok staan de wijzers, op een digitale alleen cijfers, zie het artikel over de klok (tijd) op Wikipedia), gebruik dan een pizza of een appel: knip hem in vier gelijke stukken en leg uit dat de klok net zo'n rondje is. Het eerste stuk loopt van de 12 tot de 3, het tweede tot de 6, het derde tot de 9 en het vierde weer terug naar de 12.
Op sommige wijzerplaten staan alleen de cijfers 3, 6, 9 en 12. Dat staat ook in het artikel over de wijzerplaat op Wikipedia. Die klokken zijn eigenlijk al een kwartverdeling: elk cijfer markeert een kwartier.
Kwart over: de wijzer op de 3
Staat de lange wijzer op de 3, dan is het kwart over. Er is een kwartier van het nieuwe uur voorbij. De korte wijzer staat net voorbij het uur. Bij 3:15 zeg je "kwart over drie".
De zin helpt je bij het onthouden: de tijd is een kwartier over het uur. Het eerste cijfer dat de lange wijzer tegenkomt, de 1, betekent 5 minuten. De 2 betekent 10 minuten. De 3 is dus 15 minuten, een kwartier. Laat je kind dat hardop meetellen: vijf, tien, vijftien.
Kwart voor: de wijzer op de 9
Staat de lange wijzer op de 9, dan is het kwart voor. Er is nog een kwartier te gaan tot het volgende uur. Bij 3:45 zeg je "kwart voor vier". Hier zit meteen de valkuil: de korte wijzer staat bijna bij de 4, en het uur dat je noemt is ook vier. Het kind hoeft dus niet om te schakelen zoals bij half. Wel moet het onthouden dat de korte wijzer het uur bijna heeft bereikt.
Het verschil tussen kwart over en kwart voor is dus eigenlijk een verschil in richting:
- Kwart over drie (3:15): een kwartier voorbij 3:00. Het noemt het uur dat de korte wijzer net heeft gehad.
- Kwart voor vier (3:45): een kwartier voor 4:00. Het noemt het uur dat nog komt.
Waarom het toch fout gaat
Dit zijn de fouten die je het vaakst ziet:
- Over en voor wisselen. Een kind zegt "kwart voor drie" bij 3:15. Laat het kind eerst vragen: is het al voorbij het uur, of komt het uur nog?
- Het verkeerde uur noemen. Bij 3:45 zegt het kind "kwart voor drie" omdat de korte wijzer nog bij de 3 lijkt te staan. Laat het de korte wijzer vergelijken met de 3 en de 4: hij staat dichter bij de 4.
- Kwart en half mengen. Een kind verwart de 3 en de 6. Oefen met de wijzer slepen, tot hij als vanzelf op de 3, 6, 9 en 12 stopt.
Het patroon in het cijfer klopt: de wijzer op de 3 is een kwartier verder dan de 12, en op de 9 is hij een kwartier te gaan tot weer de 12. Een kind dat dat visueel ziet, kan het ook redeneren.
Samen met half
De tijden die je nu leert, staan op een rij met half: wijzer op de 12 is het hele uur, op de 3 is het kwart over, op de 6 is het half (30 minuten), en op de 9 is het kwart voor. Dat zijn de vier kwartslagen van het uur. Geef een kind dit overzicht met 3:00, 3:15, 3:30 en 3:45 en laat het de woorden erbij zoeken: drie uur, kwart over drie, half vier, kwart voor vier. Het is een mooie manier om te laten zien dat half vier (3:30) en kwart voor vier (3:45) kort na elkaar komen.
Meer over die lastigste tijd vind je in de gids over half vier. Een volledig overzicht van de volgorde staat in klokkijken leren: de volgorde die werkt.
Zo oefen je het
- Wijzers slepen. Laat je kind op de oefenpagina voor kwart over en kwart voor de wijzer naar de 3 en naar de 9 slepen en de tijd zeggen.
- Kiezen uit vier. Bij de oefenvorm Aflezen (kiezen uit 4) staan steeds vier tijden in woorden. Het kind kiest er één.
- Zelf de wijzers zetten. Noem een tijd, en laat het kind de wijzers zetten. Dat is moeilijker dan aflezen en laat zien of het écht begrijpt.
- Dagelijks even. Vraag op een willekeurig moment: "Het is kwart over vier, waar staat de lange wijzer?"
Op de pagina voor de analoge klok kun je het niveau instellen. Makkelijk geeft hulpcijfers voor de minuten, zodat een kind kan zien dat de 3 voor 15 minuten staat. Bij moeilijk vallen de cijfers weg.
Wat zeggen scholen?
Op veel scholen komt kwart over en kwart voor vaak in groep 4 aan bod, soms eerder of later. Per school kan dat verschillen. De landelijke kerndoelen voor rekenen en wiskunde vind je via de rekenen-wiskundepagina van SLO. Vraag aan de leerkracht van je kind welke volgorde de methode volgt, dan kun je thuis dezelfde stappen oefenen. Meer over groep 4 lees je op de pagina klokkijken in groep 4.
Veelgestelde vragen
Hoeveel minuten is een kwartier?
Een kwartier is 15 minuten, een vierde deel van een uur van 60 minuten.
Wat is het verschil tussen kwart over en kwart voor?
Bij kwart over is er een kwartier van het uur voorbij, bij kwart voor moet er nog een kwartier komen. Kwart over drie is 3:15 en kwart voor vier is 3:45.
Waar staat de wijzer bij kwart voor?
De lange wijzer staat op de 9. De korte wijzer staat bijna bij het volgende uur.
Hoe laat is het kwart over half vier?
Die uitdrukking gebruiken we niet. Na half vier (3:30) tellen we in vijfminutenstappen: vijf over half vier is 3:35 en tien over half vier is 3:40. Daarna volgt kwart voor vier (3:45).
Wanneer leert een kind kwart over en kwart voor?
Meestal na de hele uren en half. Vaak gebeurt dat in groep 4, maar elke school kiest zelf. Je kunt het thuis oefenen zodra het kind half en hele uren soepel leest.